Hoe je kaartpositie bepalen met gps-coŲrdinaten?

Door de uitbreiding van het gps-aanbod en de opkomst van de smartphone beschikken wandelaars en fietsers steeds vaker over een navigatiesysteem. Toch voelt niet iedereen zich geroepen daar gedetailleerde digitale topokaarten op te installeren.

Velen verkiezen nog altijd een GR of LF route te volgen op basis van de richtingstekens op het terrein en een topogids met topografische kaarten. De gps wordt gebruikt als een bijkomend hulpmiddel voor positiebepaling. En dit voornamelijk wanneer de tekens, de topogids of de kaart geen houvast meer bieden. Een mooie combinatie van traditie en technologie.

De vraag is dan: hoe leg je het verband tussen de positiebepaling van je gps en je topografische kaart? Of met andere woorden, hoe helpt de gps je om te weten waar je precies bent op de kaart?

Het antwoord lijkt eenvoudig. Knopje indrukken op de gps, coördinaten aflezen, en dan kijken op de kaart waar die coördinaten zich situeren. Simpel toch? Voor ervaren kaartlezers is dit inderdaad geen probleem, maar niet iedereen behoort tot deze categorie. Daarom nemen we je even mee in de wereld van de cartografie. Af en toe een technische term kunnen we niet vermijden, maar we proberen het zo eenvoudig mogelijk te houden. Meer gedetailleerde informatie i.v.m. cartografie vind je hier.

Topografische kaarten en soorten coördinaten

Eerst en vooral moet je een kaart hebben die coördinaatgegevens toont. Wegenkaarten of toeristische kaarten vermelden over het algemeen geen coördinaten. Dat is wel het geval bij gedetailleerde topografische kaarten zoals ze bij ons door het Nationaal Geografisch Instituut (NGI) worden uitgegeven. Wie zo'n kaart aandachtig bekijkt merkt dat er in de rand verschillende soorten coördinaataanduidingen staan. De meest opvallende zijn de UTM coördinaten want op basis hiervan is een raster op de kaart ingetekend. Daarnaast worden doorgaans ook de Lambert coördinaten en de geografische coördinaten getoond.

Er bestaan dus verschillende manieren om coördinaten aan te duiden, en dan hebben we het hier alleen nog maar over de in België gebruikte systemen. Wereldwijd bestaan er tientallen soorten coördinatenstelsels. Er wordt wel steeds meer gestandaardiseerd naar UTM en geografische coördinaten.

Welke coördinaten toont je gps?

Standaard tonen de meeste gps systemen (zowel outdoor- als smartphonemodellen) de geografische coördinaten. N 51°3' 11,2” en E 3°43' 34,4” is bijvoorbeeld het plein voor de St-Baafskathedraal te Gent. De cijfers zijn uitgedrukt in graden, minuten en seconden. N(orth) verwijst naar de breedtegraad, E(ast) naar de lengtegraad. Dezelfde coördinaten kunnen ook uitgedrukt worden in decimale minuten (51°3 11,2/60 = N 51°3,186' en 3°43 34,4/60 = E 3°43,574') of in decimale graden (51°3,186/60 = N 51,0531° en 3°43,574/60 = E 3,72623°). Meestal kun je op de gps instellen in welke vorm je deze coördinaten te zien krijgt. Kies voor de eerste vorm zoals die op de Belgische topografische kaarten gebruikt wordt. Kun je de gps instelling niet aanpassen en toont deze de tweede of de derde vorm, dan moet je zelf de omrekening maken.

Sommige gps-toestellen (vooral outdoormodellen) kunnen ook UTM coördinaten tonen. Voor dezelfde locatie zien de coördinaten er dan totaal anders uit: 31U 5655982 550900 voor kaartdatum WGS84. 31U stelt de zone voor. Die is voor gans België hetzelfde, met uitzondering van de Oostkantons. De twee cijfers erna verwijzen naar de breedte- en lengtepositie.

Lambert coördinaten zien we zelden of nooit op gps toestellen.

Welke coördinaten gebruik je nu best?

Wie niet zo ervaren is met topografische kaarten gebruikt best de geografische coördinaten om zijn positie op de kaart te bepalen. Baseer je voor de breedtegraad (N) op de getallen langs de linker- en rechterrand van de kaart. Trek ter hoogte van het juiste getal een denkbeeldige horizontale lijn. Doe hetzelfde voor de lengtegraad (E), maar dan t.o.v. de getallen langs de boven- en onderrand van de kaart. Een verticale lijn dus. Waar beide lijnen elkaar kruisen, daar is je positie.

Met UTM coördinaten doe je eigenlijk precies hetzelfde. Het voordeel hier is dat de voorgetekende rasterlijnen een houvast bieden.

Opgelet, het is belangrijk de juiste 'geodetische datum' van de kaart te kennen. Die kan verschillend zijn naargelang de publicatiedatum en de schaal. Deze gegevens zitten vaak verstopt tussen de kleine lettertjes van de randinformatie. Op recente Belgische kaarten is het meestal WGS84 (World Geodetic System 1984), op oudere kaarten is het soms nog ED50 (European Data 1950). Gebruik van een verkeerde geodetische kaartdatum in de gps kan resulteren in een afwijking van honderden meters t.o.v. je werkelijke positie op de kaart.

Wat als je enkel over een topogids beschikt?

De kaartjes in Belgische topogidsen tonen stukjes van de topografische NGI-kaarten, meestal op schaal 1:50 000 (1 cm = 500 m). In tegenstelling tot een volledige topografische kaart tonen die stukjes niet alle coördinaatgegevens die normaal in de kaartrand staan.

In de meeste Vlaamse topogidsen wordt het UTM-grid getoond. Dagstappergidsen tonen zowel UTM als Lambert coördinaten. De Waalse topogidsen vangen het gebrek aan coördinaatgegevens op de kaart op door in de tekst, bij de referentiepunten, de UTM en Lambert coördinaten te vermelden.

Als de kaartjes helemaal geen coördinaatgegevens bevatten, wordt een  plaatsbepaling moeilijk maar niet onmogelijk. Mits wat voorbereiding kan je ze nog steeds gebruiken om op het terrein je positie te bepalen m.b.v. gps-coördinaten. Zoek m.b.v. computerprogramma's zoals Google Maps, Google Earth, RouteConverter of BaseCamp de geografische coördinaten op van enkele referentiepunten op je tocht. Noteer die gegevens en neem ze mee. Als het nodig is, kan je dan de coördinaten van je gps vergelijken met die gegevens en zo je positie vinden op de kaart.

Tot slot: de geodetische datum van de kaartjes in topogidsen is altijd WGS84.